Algemene begrippen

Amulet. De magie van een amulet berustte op de vorm en was gemaakt uit het zand van de woestijn, gevormd door mensenhanden; en vervaardigd tot glas; en daardoor was hij sterk geladen met bovennatuurlijke eigenschappen.

Anch: Leven, geluk en voorspoed.

Anesksi: Ze hoort bij mij.

Ba: De ziel werd uitgebeeld als en vogel met een mensen hoofd. Het was het aspect dat een mens uniek maakte en die het bewustzijn vertegenwoordigde.

Deben:  Betaalmiddel, oude gewichten en maten.

Djed-zuil : Was een teken van stabiliteit en staat voor de ruggengraat van Osiris.

Doeat:  Het hiernamaals, dodenwereld, onderwereld.

Drie: Het getal had een magisch betekenis. Het was een driehoek, de drie zijden van de piramiden. De farao had zijn eigen Triade. Amon, Moet en Chonsoe.

Dua: Morgen.

Dualisme: Innerlijk tegenstrijdige houding, tweeslachtigheid. Bijvoorbeeld goed en kwaad.

Heiligen der heiligen: Plaats  waar het beeld van de betreffende god stond, zie ook Naos.

Heka: Een groot magiër.

Hem-netjer: Dienaren van god.

Henket: Gerstebier met brood.

Hetep-di-nisoe: Een offer dat de koning geeft

Huis der Boeken: Bibliotheek, per medjat.

Ibis: Een waadvogel met een lang gebogen snavel.

Ka: De goddelijke levenskracht in ieder individu,  iemands persoonlijkheid die als een tweeling op het lichaam leek.

Kamer van Hathor: Dat was een verborgen vertrek dat als een baarmoeder functioneerde die de farao omgaf voor zijn functie als Horus, de op aarde levende god.

Lotus:  Waterlelie, een bloem die ’s morgens openging en zich ’s avonds sloot. Daardoor had de bloem sterke connecties met de Aton, en was een symbool voor wedergeboorte.

mammisi: Een gebouw waar de rituelen rond de geboorte van Horus werden gevierd.

Mesedjer sedjem: Het oor dat hoort.’

Naos: Binnenste deel van een tempel of schrijn, zie ook heiligen der heiligen.

Mondwassing: Het ontbijt,

Orde van het opus Magnum: Vertegenwoordigers van de op aarde levende Enneade.

Pesesj-kef-amulet, Een stel messen dat werd gebruikt om de navelstreng door te snijden en bij het verwijderen van slijm uit de mond van een pasgeborene en werden gemaakt van obsidiaan, speksteen en terpentijn.

Raadselspel:  Het begrip van de godsdienst vormde de sleutel tot een enorme hoeveelheid mythen en rituelen. Het noemen van de juiste namen was van groot belang in de onderwereld.

Re en Osiris zijn één. Osris is Sef en Re is Dua. ‘Gisteren is Osiris. Dat was de dag die was, maar die nu gestorven is. De dag sterft in de nacht. Gisteren betekent de nacht. De zon is het heden en is ontstaan in de morgen. Dualiteit.’

Sechet, Een veld.

Sef: Gisteren.

Sistrum: Een muziekinstrument, een schellenstok.

Tempel: Gebouw waar een godheid of de farao werd vereerd.

 In Thebe: De tempel was in opdracht van de farao gebouwd ter ere van een drietal goden: Amon; de godin Moet; en Chonsoe.

Wasscepter: Staf die door goden en koningen werd gedragen als teken van het gezag.

weret hekau: Groot in magie.

Woestijn: Werd gezien als de verblijfplaats van het kwaad.