Noen

Noen

Noen was in de Egyptische mythologie de aanduiding voor de oer-wateren .

Noen was de god van de afgrond die gevuld was met het donkere water van de chaos, die zou hebben bestaan van voor de schepping, waaruit de oer-heuvel was ontstaan en werd beschreven als ‘de onmetelijke duisternis’. Daarin verscheen een bliksemflits, die zorgde dat het licht ontstond, waaruit al het leven kon ontstaan. Hij was de vader van de goden en alle dingen kwamen hieruit tot bestaan.

Noen was één van de acht uit Hermopolis, de ochtiade, die werd voorgesteld als een vormeloze leegte waarin de slechte zielen eeuwig ronddoolden.

Regeneratie was alleen mogelijk indien wat oud en afgedragen was in de grenzeloze gebieden werd gedompeld die de geschapen wereld omringden, namelijk de helende en oplossende kracht uit de oer-wateren van Noen. Zo werd de zonnegod iedere ochtend in zijn boot verheven. Ook zij die sliepen werden verjongd in Noen. En in een Ramessidische hymne riepen overledenen tot de zonnegod dat zij ook verjongd werden door in Noen af te dalen. Ze trokken hun vroegere bestaan uit en trokken er een ander aan zoals een slang met haar huid deed. Het was dan ook niet te verwonderen dat het omcirkelende verjongende element in de onderwereld als een slang werd afgeschilderd.