Horemachet

Horemachet

Uit: In De Ban Van De Aton en de demon van de nacht blz. 5 en 6:
In zijn droom werd hij bezocht door Re-Horemachet, de zonnegod waar de Sfinx symbool voor staat.
Het liep naar het midden van de uren toen prins Thoetmosis tijdens de jacht in zijn strijdwagen, getrokken door snelle paarden, naar de piramides van Gizeh reed. Hij stopte bij de grote sfinx, die door een dikke laag zand werd bedekt. Zijn vader had daar een tempel voor de god Horemachet laten bouwen.
Toen de zon op het hoogste punt aan de hemel stond rustte prins Thoetmosis uit in de schaduw van de sfinx. Vermoeid viel hij in slaap.

‘Kijk naar mij, mijn zoon, die u het koningschap over het land van de levenden geeft. U zult de witte kroon en de rode kroon dragen. Het land zal in de lengte en in de breedte van u zijn, en alles wat het Oog van de Heer-van-Al verlicht. Alle groeiende dingen op het land zullen voor u zijn, en alle opbrengsten van elk vreemd land. U zult een groot aantal jaren regeren. Ik kijk naar u. Mijn hart is dat van u en u behoort mij toe. Pas op, ik lijd pijn want mijn lichaam is gebroken. Het zand van de woestijn waarop ik rust heeft mij bedekt. Ik heb gewacht om u uit te laten voeren wat in mijn hart is, want u bent mijn hart, mijn zoon en beschermer. Kom naderbij, ik zal met u zijn en uw gids worden,’ zei Horemachet.
Geholpen door de god zelf kon de prins nog net als een lichtstraal door de nauwe spleet naar buiten ontsnappen. De leeuwen god, die samen met de farao de god op aarde vertegenwoordigde, droeg het vuurteken, dat nauw verbonden was met de zon.

Met donderend geraas sloot het luik zich achter de prins.
Verbijsterd werd de prins wakker. Hij begreep de woorden van Horemachet. Het bloed steeg naar zijn wangen toen hij aan de boodschap van de god dacht, want hij had een oudere broer die de gedoodverfde farao was.
Prins Thoetmosis stapte in zijn strijdwagen en mende zijn paarden, die sneller dan de wind naar de stad Memphis renden.
In de weken daarna gaf hij opdracht het zand weg te halen en begon hij aan de restauratie van de klauwen en de borst van Horemachet. Hij liet een steunmuur van tichelstenen bouwen, die de poort van de onderwereld tegen het zand moest beschermen.

De sfinx kwam zijn belofte na. Thoetmosis werd farao van de Beide Landen. Hij regeerde tien jaar. Onder zijn bewind verscheen de eerste voorstelling van de Atonschijf, de zonneschijf met menselijke armen die als god werd aanbeden. Tussen de klauwen van de sfinx liet hij een stèle plaatsen waarop stond vermeld dat hij de zoon van de zonnegod was.
Aan de voeten van de sfinx ontving iedere nieuwe farao de zegen van de zonnegod.

De droomstele, dat is de naam die hedendaagse egyptologen hebben gegeven aan de stele uit de 18e dynastie die farao Thoetmosis IV oprichtte aan de voet van de sfinx van Gizeh. De stele vertelt de droom die Thoetmosis IV zegt gehad te hebben.

5