Goden

Amon: Amon, de koning van de goden, onzichtbaar als de wind, maar in alle dingen aanwezig, bescherm- en zonnegod van de stad Thebe.

Apepi: Slangengod, stelde de chaos en het kwaad voor. Grootste vijand van Ra.

Aton: Aanbeden als god, betekend: zon of zonneschijf. De stralen van het licht van de zon.

Bes: Huisgod bescherming bij geboorte, kinderen en tegen slangen. Dwergfiguur.

Chepri: Scheppergod, de opkomende zon. Zijn naam betekent worden of gebeuren en de Egyptenaren geloofden dat de god uit zichzelf was ontstaan. Hij werd geassocieerd met de mestkever.

Chonsoe: Kindgod, het maankind die in de nacht de hemel doorkruiste, de wandelaar, beschermer tegen ziekten.

Enneade: De goden van de schepping.

Geb: God die de aarde voorstelde.

Hathor: Een moedergodin. Haar huis was het lichaam en de kamer van wedergeboorte was de baarmoeder. Ze was de moeder van de moeders en moeder van de goden. Haar belangrijkste vereringcentrum was in Dendera.

Horemachet: Horemachet wat Horus in de horizon betekend was de opkomende zonneschijf. De farao was de verpersoonlijking van de god Horus op aarde en na zijn dood ging Horus over op de levende persoon van de nieuwe farao.

Horus: Zoon van Osiris, regerende farao.

Isis: Godin. Zus en vrouw van Osiris en moeder van Horus.

Maät: In de godin is de kosmische orde gepersonifieerd waarheid en rechtvaardigheid. Ze vormt de kern van moraliteit en religie, zonder haar invloed is geen enkel bestaan mogelijk.

Moet: De koningin van de goden, beschermster van het koningschap.

Neith: Godin van oorlog en jacht.

Noen: De oergod, ontstaan uit het oerwater van de wereld.

Osiris: God van de dood, wederopstanding en vruchtbaarheid.

Ptah: De god Ptah, die centraal stond in Memphis hij schiep alles door het in zijn hart te bedenken en dan hardop uit te spreken.

Ra: God met het lichaam van een mens en hoofd van een valk, het stralende licht van de zon.

Re: Zonnegod.

Seth: God van de wanorde.

Sjoe: Aardgod.

Sokar: Begrafenisgod, dodengod en god van de wedergeboorte.

Sopdet: Godin die de hondster Sirius voorstelde.

Sopdoe: Valkgod van het oosten. Hij werd geassocieerd met Horus en met de tanden van de farao. Een zinspeling op zijn naam, wat scherp betekend.

Tefnut-Mehet: Maangod.

Thoth: God van de maan en wijsheid.